Therapeut vaak te sturend in zedenzaken

De laatste post in dit topic is ouder dan 6 maanden. Als u wilt reageren kunt u het beste een nieuw topic aanmaken in plaats van hier te reageren.

Bron: NRC Handelsblad, 20 februari 2004
Door: Esther Rosenberg
2 artikelen:

`Therapeut vaak te sturend in zedenzaken'

ROTTERDAM, 20 FEBR. Alternatieve therapeuten hebben vaak een
schadelijke, sturende rol in complexe zedenzaken. Dit blijkt uit de
rapportage van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ)
over 2001-2002. De groep noemt de situatie ,,zorgwekkend''.

Bij zulke zaken is vaak sprake van vermeende slachtoffers die zich op
latere leeftijd voor het eerst herinneren als kind seksueel misbruikt te
zijn. Soms gaat het ook om kinderen die in therapie vertelden dat ze
misbruikt werden. Bij een groot deel van de zaken die de LEBZ
onderzocht, had degene die aangifte deed therapie of een andere vorm van
hulp gehad. Vaak was dit gegeven door therapeuten die niet geregistreerd
waren en van wie niet duidelijk was wat voor opleiding ze hadden.

De LEBZ is in 1999 door het college van procureurs-generaal ingesteld om
te voorkomen dat mensen die van seksueel misbruik worden beschuldigd al
te lichtvaardig worden aangehouden. De groep moet worden geconsulteerd
in zaken van ritueel misbruik, hervonden herinneringen of herinneringen
aan seksueel misbruik voor het derde levensjaar. Ook adviseert zij in
andere complexe zedenzaken.

Van oktober 1999 tot en met december 2002 zijn in totaal 55 zaken aan de
groep voorgelegd, waarvan er 45 uiteindelijk door het OM (nog) niet voor
de rechter zijn gebracht.

In de periode 2001-2002, waarover de expertisegroep vandaag rapporteert,
kreeg de groep 61 zedenzaken voorgelegd, 30 daarvan werden door de groep
beoordeeld. In die 30 zaken werden 51 personen beschuldigd van misbruik,
43 daarvan hadden familiebanden met het vermeende slachtoffer.

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk
van de oorspronkelijke auteur.

`Mama zei dat opa aan mijn piemeltje zat'

ROTTERDAM - Bij complexe zedenzaken spelen therapeuten een
,,zorgwekkende'' rol, zeggen experts die het OM adviseren. Vermeende
slachtoffers worden gestuurd bij het doen van aangifte.

Een voorbeeld. Moeder doet aangifte van seksueel misbruik van haar
dochter. Het misbruik zou zijn gepleegd door haar ex-man, van haar
eerste tot haar vierde levensjaar. Vader en moeder voeren in die tijd
diverse juridische procedures. Sinds de omgangsregeling zou de dochter
agressiever zijn en er zouden problemen zijn bij het verschonen van de
luier. Moeder voert zeer geregeld gesprekken met haar dochter over wat
haar vader bij haar zou hebben gedaan, speelt met haar dochter de
situaties na en laat haar er tekeningen over maken. Als het meisje vier
jaar is en tegen haar moeder praat over seksuele handelingen die vader
en zij met elkaar zouden verrichten, doet moeder aangifte.

Het is zomaar een voorbeeld uit de rapportage van de Landelijke
Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken over 2001 en 2002. Een voorbeeld
van een zedenzaak waarbij de manier waarop de aangifte van seksueel
misbruik tot stand komt is beïnvloed, in dit geval door de moeder. Maar
soms ook door een welwillende rechercheur die met het slachtoffer
meevoelt en niet goed doorvraagt over wat aan de aangifte vooraf is
gegaan. En die sturende vragen stelt, en een familielid bij de verhoren
laat zijn, familie die later een rol blijkt te hebben gespeeld bij de
wijze waarop de aangifte tot stand is gekomen.

Met name bij kinderen is vaak ,,heel duidelijk sprake van directe
beïnvloeding door derden'', aldus de expertisegroep. Er is zelfs een
bureau dat gespecialiseerd is in het voorbereiden van kinderen op
studioverhoren. Het bureau heeft volgens de groep een ,,ondeskundige
werkwijze''.

Een fragment uit zo'n studioverhoor van een zevenjarig jongetje van wie
moeder vermoedt dat opa hem heeft misbruikt: Jongen: ,,Ik denk dat-ie
mij geslagen heb.'' Vrager: ,,Want hoe weet jij dan dat opa aan jouw
piemeltje heeft gezeten?'' Jongen: ,,Dat heeft mama verteld.''

De expertisegroep is in 1999 ingesteld door het college van
procureurs-generaal om te voorkomen dat mensen die van seksueel misbruik
worden beschuldigd al te lichtvaardig worden aangehouden.

In de jaren '80 en '90 werd al gauw aangenomen dat als iemand aangifte
deed van seksueel misbruik `er wel iets van waar moest zijn'. Van valse
aangiftes werd nauwelijks melding gemaakt. Na roemruchte zaken over
seksueel misbruik in de jaren tachtig en negentig, zoals in Epe, werd
kritischer naar die aangiftes gekeken.

De landelijke expertisegroep moet door officieren van justitie worden
geconsulteerd bij ingewikkelde of onduidelijke zedenzaken. Deze maken
slechts een klein deel uit van alle zedenzaken. Het complexe is dat vaak
pas na jaren aangifte wordt gedaan. En in die tussentijd hebben
vermeende slachtoffers met derden gepraat, die er ook een mening over
hebben.

De expertisegroep keek daarom behalve naar de aangifte, ook naar wat aan
die aangifte vooraf is gegaan. En dan blijkt dat een aangifte regelmatig
wordt gedaan in geval van echtscheidingen, conflicten in de familie,
psychosociale problemen van degene die aangifte doet, of in streng
gelovige gezinnen. De dossiers vermelden regelmatig spanningen en
conflicten binnen het gezin of zelfs jarenlange familievetes met
beschuldigingen over en weer. In de helft van de zaken was sprake van
een echtscheiding, ruzies over de omgangsregeling speelden dan vaak een
belangrijke rol.

Sturing vond vaak ook plaats door therapeuten. Over die therapeuten zegt
de expertisegroep: ,,Gezien de verwoestende bijdrage die enkele
therapeuten leverden aan zaken die door de Expertisegroep zijn
beoordeeld, de verstrekkende gevolgen voor de betrokkenen en het
ontbreken van enige vorm van correctie, constateert de Expertisegroep
dat hier sprake is van een zorgwekkende situatie.'' Uit de folder van
een betrokken alternatieve therapeut blijkt dat men tijdens zijn sessies
altijd stuit op ontbrekende `stukjes' in het bewustzijn. ,,De inhoud van
deze stukjes is altijd traumatisch'', zo adverteert de therapeut.

De expertisegroep zegt ,,soms getroffen'' te zijn door het
onprofessionele gedrag van enkele hulpverleners. Zoals in het geval van
een twintigjarige aangeefster die samen met haar behandelend
psychotherapeut per auto haar vroegere leraar achtervolgt. Zij verdenkt
hem ervan haar in het verleden te hebben misbruikt. Ze wachten hem op
bij school, hij gaat er `als een speer' vandoor. ,,Hij vertoonde
vluchtgedrag. Mijn therapeut was dit ook opgevallen.''

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk
van de oorspronkelijke auteur.

Reacties

Uit onderzoek onder officieren van justitie blijkt dat zij de adviezen van de Expertisegroep vrijwel altijd overnemen. Conform de Aanwijzing ‘Opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik’ is voor officieren van justitie consultatie van de Expertisegroep in sommige gevallen verplicht (bij aangiften gebaseerd op hervonden herinneringen, aangiften van misbruik voor de derde verjaardag en aangiften met aspecten van ritueel misbruik) en in andere gevallen facultatief (zoals aangiften van seksueel misbruik na echtscheiding). Hoewel officieren van justitie niet verplicht zijn beschuldigingen van seksueel misbruik na echtscheiding voor te leggen, vormt dit voor de . Expertisegroep neemt er de tijd voor het kan maanden duren eer zij met hun onderzoek op de proppen komen. Intussen loopt meneer de dader vrij rond met alle gevolgen voor de slachtoffers en hun moeder,h et meren deel slachtoffer zijn minderjarige meisjes en hun moeder. De daders maken vandaag de dag ook nog eens gretig gebruik van indekmodules verkregen bij deze Expertisegroep dit informatie centrum verschaft bruikbare tips en dus bemoeilijkt het de moeders en slachtoffer om de daders spoedig te vervolgen ..Intussen heeft dader ruimschoots de tijd om zich in te dekken en om op slinkse wijze de instantie zo als jeugd zorg en raad van kinderbescherming op een dwaal spoor te zetten. Deze instantie zijn weinig geschoold op het gebied van het doorzien van leugens en bedrog. EN hechte zich slechts aan termen en regeltjes. Deze instantie pretenderen zich niet bezig te kunnen houden aan waarheidsvindingen maar laten toe , op hun netvlies de woorden van de dader en diens verkregen indek informatie van het EXPERISEGROEP als herkenning van hun regeltje,Hier door krijg je dus een vertekend beeld .Het misbruik kan gewoon door gang hebben en de instantie,s kijken toe. kinderporno in het openbaar en geoorloofd voor te mogen aanschouwen. Instantie gaan mee met de goed ingestudeerde leugens van de dader en slachtoffer en hun moeder,s blijven in de kou staan .
Dat is de maatschappij waar wij nu ano 2009 mee te maken hebben NEDERLAND moet wakker geschud worden .Door deze vorm van armoede in de beschaving van inzicht in hoe om te gaan met kindermisbruik in Nederland .Als instantie Zo veel geld verspillen van ons gezamenlijk belasting ,s geld blijft er niet veel meer over voor de juiste doel groep namelijk de zorg voor de slachtoffers en hun moeder

Opties reactieweergave

Kies uw favoriete manier om reacties weer te geven en klik op "instellingen opslaan" om uw veranderingen te activeren.