Auteur: Jan Hanlo
Titel: Go to the mosk – brieven uit Marokko
Jaar: 1971
Uitgever: Amsterdam: G.A. van Oorschot
Omvang: 92 pagina’s
Jan Hanlo (1912-1969) was dichter, schrijver en pedofiel. Hij heeft een klein maar algemeen gewaardeerd oeuvre nagelaten: zijn bekendste werken zijn de gedichten Tsjielp tsjielp en oote oote oote boe. In verschillende gedichten en brieven schrijft Hanlo over zijn liefde voor jongetjes. In Go to the mosk beschrijft hij in verschillende brieven zijn relatie met Mohamed, een twaalfjarige Marokkaanse jongen, die hij uiteindelijk voor korte tijd naar Nederland haalt. Niet lang hierna komt Hanlo om het leven bij een motor-ongeluk. Go to the mosk werd postuum gepubliceerd. Hans Renders schreef een biografie van de dichter: Zo meen ik dat ook jij bent (Arbeiderspers, 1998).
In het voorjaar van 1969 gaat Jan Hanlo op reis naar Marokko en daar ontmoet hij verschillende jongetjes. Hij is onder de indruk van hun directheid: ‘Als een onschuldige beauty van een jaar of 11 je te woord staat en hij weet dat je hollander bent en het gesprek wil niet erg vlotten of er wordt een niet goed begrepen vraag gesteld, dan gooit hij er maar eens een keer ‘pik’ tussendoor. Wat verder geen konsekwenties heeft of hoeft te hebben.’ Één jongen maakt meteen grote indruk op hem: de twaalfjarige Mohamed; een straatschoffie die hem wijsmaakt wees te zijn, en die (volgens Hanlo) zijn dagen doorbrengt met het ‘fak-fak’ doen met mannen. Later blijkt dat Mohamed wel degelijk ouders heeft, maar Hanlo heeft dan al besloten om de jongen een tijdje naar Nederland te halen omhem te redden uit zijn verderfelijke omgeving en hem een goede opvoeding te geven. Het heeft nogal wat voeten in aarde om dat voor elkaar te krijgen. Ondertussen doen de twee dingen samen: Hanlo koopt kleren voor hem, Mohamed zoekt hem op als hij op het terras zit, samen gaan ze uit eten. Het boek eindigt nogal abrupt, maar uit Hanlo’s biografie blijkt dat het wel degelijk gelukt is een paspoort voor de jongen te regelen, al moest Mohamed snel weer terug naar Marokko omdat hij geen verblijfsvergunning had.
Mohamed, ‘een negerachtig Marokkaantje’, is een analfabeet straatjochie in Marrakech. Hij loopt in flarden van kleren, en is brutaal. Hoe hij zijn dagen doorbrengt blijft onduidelijk, maar volgens Hanlo gaat hij met mannen mee, soms wel tien per nacht (‘hij is een volslagen seksmaniakje’). Als de jongen bij Hanlo komt mag hij vooral rustig slapen. De relatie begint pas echt als Mohamed nieuwe kleren van Hanlo krijgt. Die heeft hij de volgende dag deels verkocht, en hij loopt weer in de oude vodden, die Hanlo eigenlijk ook wel aantrekkelijk vindt: ‘Hij liep met de hele oude door hemzelf verstelde broek; met een onherstelbaar gaat juist voor zijn pik, zodat die zichtbaar was (tenminste als hij geen erectie heeft, en dat is zeer zelden, in geval van erectie is nagenoeg alles netjes onzichtbaar naar boven verplaatst).’
De jongen speelt in op het gevoel van Hanlo, die hij zijn papa noemt. Hoe hij het contact verder beleeft wordt niet echt duidelijk. Renders interviewde Mohamed in 1998 voor zijn biografie van Hanlo. Hij noemt Hanlo nog steeds zijn papa.
Jan Hanlo bezocht naturlijk niet zomaar Marokko. Uit zijn biografie blijkt dat hij in eerste instantie met een reisgenoot was gegaan, maar dat de twee uit elkaar gingen nadat de reisgenoot zich ergerde aan Hanlo’s voortdurende obsessie voor jongetjes.
Hanlo liet zich gemakkelijk inpalmen door jongetjes die iets van hem wilden. Zelf stelde hij geen seks te willen, al heeft hij zich daar niet strikt aan gehouden. Gedurende een kwartiertje in een badhuis ‘mag alles’, en Hanlo gaat mee met twee jongens. ‘Ik ging eerder uit de douchecel weg en gebaarde tegen de twee jonge schoonheden: doe maar met elkaar wat hier mag en wat je graag wil. (maar ze wilden mij. en ik ben 56. zeg nou zelf, zijn deze engelen schatten of deze schatten engelen?)
Hanlo was van plan om een vervolg op zijn brieven uit Marokko te schrijven: ‘De jonge vrijdag met Robinson in de westerse wereld’. Volgens biograaf Renders leed Hanlo duidelijk aan wat hij het ‘Peter Pan syndroom’ noemt: het blijven terugverlangen naar de kindertijd, kind onder de kinderen willen zijn. Dat was moeilijk te verenigen met zijn wens als opvoeder van Mohamed op te treden en hem een betere toekomst te geven.
Volgens Mohamed (achteraf) was de liefde wederzijds, maar speelde seks niet zo’n belangrijke rol als Hanlo het doet voorkomen in zijn brieven. Deels zouden de verhalen over de losbandigheid van Mohamed ingegeven zijn door jaloezie. Tegelijkertijd zou Hanlo niet op seks belust zijn, ‘alleen als hij gedronken had haalde hij de jongetjes aan en wilde hij met ze vrijen.’
Go to the mosk biedt een fascinerend beeld van de wereld van een pedofiel in de jaren zestig. Ook biedt het een beetje inzicht in de Marokkaanse maatschappij van die tijd; of in ieder geval in de belevenis door Hanlo van die maatschappij. Erg mooi zijn de brieven qua stijl niet, soms overduidelijk verliefd, soms haastig geschreven.
Achteraf blijft de lezer vooral met vragen zitten. Hoe was het mogelijk dat een bekende pedofiel zomaar een jongetje uit Marokko naar Nederland kon halen? Wat was nu de rol van de ouders van Mohamed? Als je Go to the mosk leest, moet je eigenlijk ook (een deel van) Hanlo’s biografie lezen, anders begrijp je er weinig van.
Reacties
Naar aanleiding van deze recencie heb ik op internet gezocht waar dit boek te bestellen is en wat denk je...gevonden en besteld ! Dit boek heb ik al enkele malen gelezen en het is een leuk boek. Een soort samenraapsel van dagboeken.
Ik kan mij niet goed voorstellen dat het toen mogelijk was om zo vrij met Marokkaanse jongetjes om te gaan. Ik heb oppervlakkige contacten met Marokkaanse mensen en wat mij opvalt is, dat ze nooit openlijk zijn over seks, zeker op homofilie ed. rust een zwaar taboe in deze gemeenschap, maar dit boek is zeker voor ons een aanrader.