Hoi Meso, misschien handig om even een linkje erbij te geven voor de mensen die interesse hebben de gehele scriptie te lezen? Ik heb 'm zelf bij de site van de pnvd vandaan geplukt: http://www.pnvd.nl/weblog_2009.html#160
Er staan interessante dingen in de scriptie, maar wat betreft de typering van 'de kindervriend' kan ik alleen maar teleurgesteld mijn hoofd schudden bij het lezen van stukken tekst zoals deze:
Conclusie
Kindervrienden zijn (meestal) mannen die een voorliefde voor kinderen hebben, op sociaal
en seksueel gebied. Zij binden de kinderen aan zich, niet zelden door middel van
psychologische manipulatie, waarbij het proces van beloning een grote rol speelt.
Is het zo dat 'de kindervriend' zoals getypeerd in deze scriptie meestal mannen zijn? Dat lijkt misschien zo, maar volgens mij zijn hierover geen betrouwbare statistische gegevens bekend.
En waar baseert de schrijfster van deze scriptie haar conclusie op dat wij 'kindervrienden' kinderen vaak aan ons binden door middel van psychologische manipulatie? Dat vind ik een wel bijzonder negatieve interpretatie van hoe het is om een vriendschap met iemand te sluiten en te onderhouden, in dit geval met een kind. Waarom deze negatieve bewoording, vraag ik mij af? Vanwege de criminologische context van deze scriptie? Ik voel me hierdoor zowat een misdadiger omdat ik vriendschappelijke relaties onderhoud met kinderen, en dat klaarblijkelijk doe door middel van psychologische manipulatie.
Hoi Alcor!
Leuk dat je reageert! Ik wist niet dat de scriptie online te lezen was!
Ik ben het eens met je kritiek op de scriptie. Het klinkt allemaal zo logisch, maar het voelt niet goed. Sterker nog, ik ben er van overtuigd dat het meestal niet zo gaat.
Op zich heb ik wel respect voor studenten die de moeite nemen en het aandurven om zich te verdiepen in pedofilie. Het is, denk ik, erg moeilijk om objectief te blijven. Door het accent te leggen op het negatieve en slechts summier positieve aspecten te benoemen blijft het veilig, dus sociaal wenselijk.
De positieve aspecten worden vaak geciteerd, zodat het een mening blijft van een ander. Door negatieve woordkeuze wordt ‘het blijkbaar niet wenselijk’ subtiel omgetoverd tot iets verdachts, iets dat niet positief mag zijn! (=manipulatie!)
Het is wonderlijk dat, zodra het gaat over vriendschap met kinderen, gesproken wordt over psychische manipulatie.
Bij vriendschap tussen volwassenen zal hier niet snel over gesproken worden, terwijl hier ook best sprake kan zijn van machtongelijkheid.
Mijn mening:
De bindende factor is vriendschap, niet onderdrukking! Vriendschap is iets positiefs, manipulatie niet!
Een tijdje terug had ik contact met een studente van de media-academie die een documentaire maakte over pedofilie. In een van haar laatste mails schreef ze dat ze helaas ook veel pedofielen had gesproken die wel uit waren op seks met kinderen, ze kwamen hier openlijk voor uit! Ik vind dit teleurstellend, maar ik heb vertrouwen haar bevindingen.
Gelukkig had ze ook veel ‘goede’ pedofielen getroffen. Mensen die geen gevaar vormen voor de samenleving.
Maar ja, de op seks beluste pedofiel zal toch altijd het maatschappelijk beeld bepalen. Het zekere voor het onzekere. Heel begrijpelijk en misschien wel terecht!
Toch hoop ik dat er nog veel studenten (en anderen mensen) de moeite zullen nemen om zich te verdiepen in dit onderwerp.
Groetjes meso 't is weer een lekker moralistisch stukje geworden -
Meso en Alcor (bedankt voor de link) ik heb de scriptie gelezen en ik vind het nu niet echt een indrukwekkend stuk. Wellicht een wat vreemde stelling gezien mijn achtergronden. Het bestaat voornamelijk uit citaten en de interpretaties van slechts een handjevol mensen, soms zelfs van een enkeling, en daar kan je toch echt geen steekhoudende conclusies aan verbinden. Ook de opmerking "niet zelden" is volkomen nietszeggend. Wat moet ik hieronder verstaan? Dat 10% manipuleert? Wellicht 20%? Maar hoe bereikt de rest dan het (veronderstelde) doel? Desondanks krijg ik toch wel de indruk dat de schrijfster haar best heeft gedaan om iets objectiefs neer te zetten, maar dat zij te snel het werkstuk heeft geschreven en dat o.a. de invloed van Jos Frenken wel erg groot is geweest. Eerlijk gezegd heb ik van hem geen erg grote pet op gezien de tegenstrijdigheden in uitspraken en onbewezen stellingen, die doen ook mij als niet-pedo-efebo toch echt wel wat twijfelen aan zijn deskundigheid.
Hoi Meso, misschien handig om even een linkje erbij te geven voor de mensen die interesse hebben de gehele scriptie te lezen? Ik heb 'm zelf bij de site van de pnvd vandaan geplukt: http://www.pnvd.nl/weblog_2009.html#160
Er staan interessante dingen in de scriptie, maar wat betreft de typering van 'de kindervriend' kan ik alleen maar teleurgesteld mijn hoofd schudden bij het lezen van stukken tekst zoals deze:
Conclusie
Kindervrienden zijn (meestal) mannen die een voorliefde voor kinderen hebben, op sociaal
en seksueel gebied. Zij binden de kinderen aan zich, niet zelden door middel van
psychologische manipulatie, waarbij het proces van beloning een grote rol speelt.
Is het zo dat 'de kindervriend' zoals getypeerd in deze scriptie meestal mannen zijn? Dat lijkt misschien zo, maar volgens mij zijn hierover geen betrouwbare statistische gegevens bekend.
En waar baseert de schrijfster van deze scriptie haar conclusie op dat wij 'kindervrienden' kinderen vaak aan ons binden door middel van psychologische manipulatie? Dat vind ik een wel bijzonder negatieve interpretatie van hoe het is om een vriendschap met iemand te sluiten en te onderhouden, in dit geval met een kind. Waarom deze negatieve bewoording, vraag ik mij af? Vanwege de criminologische context van deze scriptie? Ik voel me hierdoor zowat een misdadiger omdat ik vriendschappelijke relaties onderhoud met kinderen, en dat klaarblijkelijk doe door middel van psychologische manipulatie.
Hoi Alcor!
Leuk dat je reageert! Ik wist niet dat de scriptie online te lezen was!
Ik ben het eens met je kritiek op de scriptie. Het klinkt allemaal zo logisch, maar het voelt niet goed. Sterker nog, ik ben er van overtuigd dat het meestal niet zo gaat.
Op zich heb ik wel respect voor studenten die de moeite nemen en het aandurven om zich te verdiepen in pedofilie. Het is, denk ik, erg moeilijk om objectief te blijven. Door het accent te leggen op het negatieve en slechts summier positieve aspecten te benoemen blijft het veilig, dus sociaal wenselijk.
De positieve aspecten worden vaak geciteerd, zodat het een mening blijft van een ander. Door negatieve woordkeuze wordt ‘het blijkbaar niet wenselijk’ subtiel omgetoverd tot iets verdachts, iets dat niet positief mag zijn! (=manipulatie!)
Het is wonderlijk dat, zodra het gaat over vriendschap met kinderen, gesproken wordt over psychische manipulatie.
Bij vriendschap tussen volwassenen zal hier niet snel over gesproken worden, terwijl hier ook best sprake kan zijn van machtongelijkheid.
Mijn mening:
De bindende factor is vriendschap, niet onderdrukking! Vriendschap is iets positiefs, manipulatie niet!
Een tijdje terug had ik contact met een studente van de media-academie die een documentaire maakte over pedofilie. In een van haar laatste mails schreef ze dat ze helaas ook veel pedofielen had gesproken die wel uit waren op seks met kinderen, ze kwamen hier openlijk voor uit! Ik vind dit teleurstellend, maar ik heb vertrouwen haar bevindingen.
getroffen. Mensen die geen gevaar vormen voor de samenleving.
Gelukkig had ze ook veel ‘goede’ pedofielen
Maar ja, de op seks beluste pedofiel zal toch altijd het maatschappelijk beeld bepalen. Het zekere voor het onzekere. Heel begrijpelijk en misschien wel terecht!
Toch hoop ik dat er nog veel studenten (en anderen mensen) de moeite zullen nemen om zich te verdiepen in dit onderwerp.
Groetjes meso
't is weer een lekker moralistisch stukje geworden - 
Meso en Alcor (bedankt voor de link) ik heb de scriptie gelezen en ik vind het nu niet echt een indrukwekkend stuk. Wellicht een wat vreemde stelling gezien mijn achtergronden. Het bestaat voornamelijk uit citaten en de interpretaties van slechts een handjevol mensen, soms zelfs van een enkeling, en daar kan je toch echt geen steekhoudende conclusies aan verbinden. Ook de opmerking "niet zelden" is volkomen nietszeggend. Wat moet ik hieronder verstaan? Dat 10% manipuleert? Wellicht 20%? Maar hoe bereikt de rest dan het (veronderstelde) doel? Desondanks krijg ik toch wel de indruk dat de schrijfster haar best heeft gedaan om iets objectiefs neer te zetten, maar dat zij te snel het werkstuk heeft geschreven en dat o.a. de invloed van Jos Frenken wel erg groot is geweest. Eerlijk gezegd heb ik van hem geen erg grote pet op gezien de tegenstrijdigheden in uitspraken en onbewezen stellingen, die doen ook mij als niet-pedo-efebo toch echt wel wat twijfelen aan zijn deskundigheid.