Artikelen

Psychiater: niet iedere pedofiel is een kindermisbruiker

Interview met psychiater Frank van Ree, in Trouw, 14 september 1996, door Joop Bouma

Pedofielen kun je niet veranderen. Waarom zou je ook, vindt Frank van Ree, psychiater. "Mensen die zeggen: je moet ze castreren, maken me woedend. Niet iedere pedofiel is een kindermisbruiker.'

'Pedoseksualiteit elitekwestie'

Interview ter gelegenheid van het afscheid van zedenspecialist Jaap Hoek
Bron: NRC Handelsblad, 3 november 1999
Door: Margriet Oostveen

Na zeven jaar neemt Jaap Hoek afscheid als zedenspecialist bij de Amsterdamse politie.

Laat dit duidelijk zijn, zegt zedenrechercheur Jaap Hoek: het misbruik van kinderen is niet toegenomen. 'Het taboe is weggevallen. Vroeger werd een kind naar kostschool gestuurd als zijn oom niet van hem af kon blijven en daarna hoorde je er nooit meer iets over. Nu is er aandacht voor het slachtoffer.'

Repressie pedo's leidt tot moord

Interview met de Vlaamse criminologe Carine Hutsebaut naar aanleiding van haar boek ‘Kinderen houden niet van krokodillen’
Bron: Het Parool, 30 september 1999
Door: Edith van Zalinge

Kindermoordenaars en pedoseksuelen zijn haar specialiteit. Al meer dan tien jaar probeert de Vlaamse criminologe Carine Hutsebaut het hoe en waarom van hun misdaden te doorgronden. Ze schreef er een boek over.

Stille samenzwering ; Professionele desinteresse in kindermisbruik werkt eigenrichting in de hand

[ knip - weggehaald op verzoek auteur. Bezinnen op goede oplossing komt wellicht later. ]

Is de kerk schuldig aan de heersende pedofobie?

Door: Robin Knap

Wellicht dat bovenstaande titel voor de lezer eerder een stelling is dan
een vraag. De overtuiging dat de kerk schuldig is aan pedofobie heerst
immers alom.(...)

Het is dus wel duidelijk dat de mening dat het christendom schuldig is
aan pedofobie breed gedragen wordt in 'onze' kringen. Toch denk ik als
christen en jongensminnaar dat er meer over te zeggen valt.

Wet virtuele kinderporno deugt niet

Bron: NRC Handelsblad, 23 april 2002

De uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof dat virtuele kinderporno iets anders is dan het misbruiken van kinderen onderstreept hoe zwak gefundeerd het desbetreffende Nederlandse wetsontwerp is, meent F. Kuitenbrouwer.

Virtuele kinderporno

Bron: GroenLinks Magazine, juli 2001
Door: Femke Halsma

In de marge van de grote politieke onderwerpen zoals de WAO, het rekeningrijden en beledigde imams, voltrekt zich een piepklein politiek debat. Nee, ik moet preciezer zijn. Ongemerkt en eigenlijk zonder enig politiek debat, lijkt het parlement akkoord te gaan met de strafbaarstelling van 'virtuele kinderpornografie'. Misschien denkt u: terecht dat hieraan geen aandacht wordt besteed. Ik realiseer me dat een politicus die op de barricade klimt tegen uitbreiding van de strafbaarheid van kinderporno snel zakt in de populariteitsindexen.
Toch wil ik het er niet bij laten. Het verschijnsel virtuele kinderpornografie danken wij aan de voortschrijdende technologie. het gaat om kinderpornografische afbeeldingen gemaakt met computermanipulaties. Soms zijn de hoofden van bestaande kinderen uit postordertijdschriften op niet-bestaande lichamen geplakt. Soms zijn de afbeeldingen helemaal gefantaseerd en bestaan de afgebeelde kinderen niet.

Over de grens? Pedofilie bezien tegen de achtergrond van queer theory

Door: Mark Akkerman, een lid van DWARS (GroenLinks jongeren) en een groepering die zich de 'Queer Querilla' noemt en zich bezighoudt met het bestuderen van de 'queer theory'.Oorspronkelijk gepubliceerd op (o.a.?) Usenet nieuwsgroep nl.roze, 2002.

Pedofilie, de seksueel getinte liefde voor kinderen, of meer nog, pedoseksualiteit, het daadwerkelijk hebben van seksueel contact met een kind, is een beladen onderwerp in maatschappij en politiek. Het levert over het algemeen gevoelens en uitingen van afkeer, afschuw en onbegrip op. Pedofielen behoren tot de meest gemarginaliseerde, gecriminaliseerde en gehate groepen in onze samenleving. Is dit terecht of moet pedoseksualiteit anders beoordeeld worden? Ik tracht in dit stuk die vraag te beantwoorden en een beoordeling van pedoseksualiteit te geven.

Pederastie en de islam

Uit: Recensie van Stephen O. Murray & Will Roscoe (red), Islamic Homosexualities. Culture, History, and Literature. New York/Londen: New York University Press, 1997, 331 pp., index, €46,90.

De islamitische wereld kent een duidelijke veroordeling van homoseksuele handelingen die niet zozeer op de Koran alswel op aan Mohammed toegeschreven uitspraken is gebaseerd. Landen met een islamitische wetgeving stellen meestal strenge straffen op homoseksuele handelingen die overigens niet vaak worden opgelegd omdat de technische bewijslast in de meeste gevallen nogal ingewikkeld is: vier mannelijke getuigen van onbesproken gedrag moeten de wandaad hebben geconstateerd.

Ondanks strenge wetgeving komt homoseksueel gedrag onder mannen in de islamitische wereld op ruime schaal voor. Gehuwde en ongehuwde vrouwen zitten thuis opgesloten terwijl veel vooral jonge, ongehuwde mannen de straten afschuimen op zoek naar vertier. Daar vinden ze geen vrouwen, maar elkaar. En onder elkaar beleven ze hun seksueel plezier.

In de islamitische wereld zou een positieve grondhouding bestaan ten aanzien van seksualiteit. Bij gebrek aan heteroseksuele mogelijkheden schijnen veel mannen te kiezen voor het belangrijkste alternatief: gratis seks met jongens of met mannen die niet als echte man worden gezien.