Repressie pedo's leidt tot moord

Interview met de Vlaamse criminologe Carine Hutsebaut naar aanleiding van haar boek ‘Kinderen houden niet van krokodillen’
Bron: Het Parool, 30 september 1999
Door: Edith van Zalinge

Kindermoordenaars en pedoseksuelen zijn haar specialiteit. Al meer dan tien jaar probeert de Vlaamse criminologe Carine Hutsebaut het hoe en waarom van hun misdaden te doorgronden. Ze schreef er een boek over.

Met gekromde tenen constateert de criminologe een steeds hardere opstelling van de Nederlandse samenleving ten opzichte van pedoseksuelen. Het kan niet anders, voorspelt ze, dat deze repressieve houding tot meer gevallen van misbruik van kinderen of zelfs kindermoord leidt.

'Als een pedoseksueel wordt belaagd door de buurt, zoals de laatste tijd op diverse plaatsen in Nederland het geval was, raakt hij in een isolement. Het gevolg is dat hij zich terugtrekt in zijn fantasieen en de gevoelens van woede en machteloosheid op een onschuldig kind zal botvieren. Hoe harder de samenleving hem zal veroordelen, hoe angstiger hij zal zijn voor ontdekking en hoe groter de kans dat hij overgaat tot het onschadelijk maken van zijn slachtoffer. Zo werk je als samenleving mee aan datgene wat je eigenlijk wilt voorkomen,' meent de Vlaamse criminologe en psychotherapeute Carine Hutsebaut.

Zij is gespecialiseerd in daderprofielen en de behandeling van pedoseksuelen en hun slachtoffers. Hutsebaut is ook nauw betrokken - vaak via de ouders, maar in toenemende mate op verzoek van politie en justitie - bij diverse kindermoorden in binnen- en buitenland.

Het bijzondere van de werkwijze van Hutsebaut is dat ze al jaren contact onderhoudt met daders - ze schrijft en bezoekt hen - waardoor ze steeds beter is gaan begrijpen waarom en hoe ze tot hun misdaden komen. Van de honderden pedoseksuelen die ze behandelde, is er - voorzover ze weet - niet een opnieuw in de fout gegaan. Haar daderprofielen zijn vaak zeer realistisch. Zelfs zodanig dat Hutsebaut, toen ze een daderprofiel maakte in de zaak- Dutroux, waar ze op verzoek van de ouders bij betrokken raakte, door de Rijkswacht werd ondervraagd. Ze 'wist' zo veel dat ze dachten dat ze iets met de zaak van doen had.

Averechts

Gezien haar grondige kennis over het gedrag van pedoseksuelen, weet ze dat de recente acties van buurtbewoners tegen pedoseksuelen in Nederland, zoals in Urk, Rotterdam en Bolsward, een averechts effect hebben. 'Als een pedoseksueel uitgekotst en in een hoek gedrukt wordt, heeft hij niets meer te verliezen. Dan is er niets meer dat hem weerhoudt van zijn daad.'

Hutsebaut vindt dat de samenleving sterker haar verantwoordelijkheid moet nemen bij de aanpak van dit probleem - hoe moeilijk het ook is. 'We zijn nogal hypocriet bezig: alles moet perfect zijn, voor problemen sluiten we onze ogen. We roepen om het hardst: niet in onze buurt. Maar waar moet zo'n man dan naartoe. Naar een andere gemeente? Of naar een ander land? Maar daar wonen toch net zo goed kinderen? Daar schiet je helemaal niks mee op.'

Veel zinvoller - zij het nogal idealistisch - zou het volgens Hutsebaut zijn als de leefomgeving van een pedoseksueel intensief wordt betrokken bij diens terugkeer. 'Nu komen mensen vaak in opstand tegen zo'n situatie, omdat ze bij toeval ontdekken dat een pedoseksueel in hun omgeving woont. Dan worden ze boos en komen ze in verzet. Maar als je ze er van het begin af aan bij betrekt - in nauwe samenwerking met politie en hulpverlening - en je laat ze ook allemaal met elkaar praten, dan ontstaat een heel andere situatie. Dan weet iedereen dat er een pedoseksueel woont, dus dat ze die in de gaten moeten houden.'

'Maar veel belangrijker is nog dat de pedoseksueel dat ook weet. Zeker als die sociale controle op een normale manier gebeurt, is er nauwelijks risico dat hij opnieuw in de fout gaat. Zodra hij signalen gaat afgeven dat het minder goed met hem gaat, kan de omgeving c.q. hulpverlening meteen actie ondernemen.'

Het 'monitoren' door politie en hulpverlening, zoals door de Tweede Kamer is gesuggereerd, vindt Hutsebaut geen oplossing. 'Integendeel, dat creeert een schijnveiligheid. Het is onmogelijk voor al die instanties iemand doorlopend in de gaten te houden. En dan weet niemand dat er een pedoseksueel in de buurt woont - en houdt er dus ook geen rekening mee.'

Ze zou het een goed idee vinden om voor pedoseksuelen een gratis telefoonlijn beschikbaar te stellen, waar ze dag en nacht terecht kunnen met hun gevoelens of problemen. 'Als ze het moeilijk hebben, kunnen ze anoniem met iemand praten. Zo kan de cirkel van hun fantasiewereld worden doorbroken en zal de volgende stap, het realiseren van die fantasie, niet worden gezet.'

Zwaar kaliber

Het ergert Hutsebaut mateloos dat Nederland niet harder optreedt tegen kinderporno. 'Ik heb contact met vijftien kindermoordenaars van een zeer zwaar kaliber. Een kenmerk van dit soort gevallen is dat ze verslaafd zijn aan pornofilms. Hoewel deze moordenaars uit heel Europa komen, vertellen ze allemaal, stuk voor stuk, dat ze hun pornofilms uit Nederland haalden. En dan bedoel ik niet 'gewone' pornofilms, maar extreme films waarbij sprake is van bestialiteiten, vernedering en onderdrukking van kinderen.'

'Dit soort films creeert een behoefte bij pedoseksuelen. Ze zijn zonder twijfel een belangrijke schakel op de weg die uiteidelijk leidt tot het misbruiken en vermoorden van een kind. Hetzelfde geldt trouwens voor porno op internet: ik ben ervan overtuigd dat de gemakkelijke beschikbaarheid van kinderporno veel pedoseksuelen activeert. Dus als de overheid roept dat ze iets wil doen om kindermoord en pedoseksualiteit te voorkomen, moet ze hier beginnen!'

Overigens vindt de criminologe dat kindermoordenaars de enige pedoseksuelen zijn voor wie geldt dat ze nooit mogen terugkeren in de maatschappij. 'De lustgevoelens die de dader bij de moord op een kind heeft gevoeld, kan hij nooit meer vergeten. Het risico blijft altijd bestaan dat hij dat nog eens wil meemaken - vaak blijkt ook dat een pedoseksueel die eenmaal heeft gemoord, het daar niet bij laat.'

Toch denkt ze dat deze kindermoordenaars nog een nuttige functie voor de samenleving kunnen hebben. Hutsebaut stelt zich voor dat deze groep wordt ingezet om gevallen van verdwenen kinderen op te lossen. 'Je moet hun het hele dossier voorleggen. Ze kunnen waarschijnlijk goed helpen een heleboel zaken tot klaarheid te brengen, omdat hun manier van denken nu eenmaal anders is. Dat zullen de meeste 'gewone' mensen nooit kunnen doorgronden.'

Carine Hutsebaut: Kinderen houden niet van krokodillen, uitgeverij EPO, ca. € 9, ISBN 9064450161.