Test om pedofielen te herkennen in de maak

Bron: 
website van Radboud Universiteit Nijmegen
Publicatiedatum: 
25 april 2013
Test om pedofielen te herkennen in de maak

Pedofiel goed te herkennen met impliciete-associatietesten

PERSBERICHT - Een combinatie van twee testen voor impliciete seksuele associaties blijkt voor meer dan 90 procent zekerheid een groep pedofiele mannen te kunnen onderscheiden van een groep mannen met een seksuele voorkeur voor volwassen vrouwen. Op termijn kan dit leiden tot een diagnostische test voor bijvoorbeeld mannen die met kinderen willen werken. Psychologen van de Radboud Universiteit Nijmegen publiceren erover in het tijdschrift Archives of Sexual Behavior.

Voor het eerst is in dit onderzoek gewerkt met pedofiele mannen die niet gevangen zaten of in een TBS-kliniek waren opgenomen en is een echt groot effect gevonden: de testen onderscheidden de pedofiele groep van de controlegroep voor meer dan 90 procent juist. Verder toonde een van de testen (de plaatjestest, zie verderop) bij beide groepen proefpersonen (pedofiel en heteroseksueel niet-pedofiel) niet alleen een positieve maar ook een negatieve associatie aan met seks met ofwel kinderen tot twaalf jaar of volwassen vrouwen. Anders gezegd: uit die test bleek dat pedofielen niet alleen positieve associaties hebben met kinderen en seks, maar ook negatieve associaties met volwassen vrouwen en sex. Bij de controlegroep is dat precies andersom.

Aanleiding
In de psychiatrie wordt met interesse gekeken naar testen die impliciete associaties meten: associaties die automatisch, deels onbewust en niet te onderdrukken zijn. Zijn met zo'n test impliciete seksuele associaties vast te stellen bij pedofielen (mensen met een seksuele voorkeur voor kinderen) en pedoseksuelen (mensen die naar die voorkeur handelen)?

Nieuw aan dit onderzoek
In de afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken gedaan naar testen die de impliciete seksuele associaties meten bij opgesloten pedoseksuelen. Het onderzoek van de Nijmeegse psychologen verschilt in twee belangrijke opzichten: er werd niet één test, maar een combinatie van twee testen gebruikt; en de pedofielen die deelnamen aan het onderzoek waren niet opgesloten in een gevangenis of kliniek. Althans op dat moment: één van de proefpersonen had wel een straf uitgezeten.

Samenstelling onderzoeksgroep
Het onderzoek is uitgevoerd onder mannen, omdat pedofilie vooral onder mannen voorkomt. Via pedofielen die zich in het openbaar als zodanig bekend hebben gemaakt, hebben de onderzoekers twintig pedofiele deelnemers gevonden. De helft van hen was naar eigen zeggen wel pedofiel maar geen pedoseksueel; de andere helft meldde (onder strikte anonimiteit) wel seksuele ervaringen met kinderen te hebben gehad.
Vervolgens hebben ze twintig heteroseksuele mannen gevonden die met de eerste groep overeenkwamen in leeftijd en opleiding en die naar eigen zeggen geen seksuele associaties met kinderen hadden. Beide groepen wisten dat ze deelnamen aan een onderzoek naar impliciete seksuele associaties met kinderen.

Hoe onderzocht
De testen die onderzocht werden, hebben allebei als doel om impliciete associaties vast te stellen. De ene test doet dat met woorden, de andere met woorden en plaatjes. Bij de woordentest kreeg een proefpersoon twintig neutrale (zoals aarde, beige, theorie, winkel) en seksueel getinte woorden (zoals erectie, naakt, liefde, strelen) door elkaar heen te horen en twintig plaatjes van volwassen (M/V) en kinderen te zien. Door op een linker- of een rechterknop te drukken, moest de proefpersoon onderscheiden: neutraal of seksueel en: volwassene of kind. Als bijvoorbeeld de linkerknop ingedrukt moet worden voor seksueel en kind is dat voor de pedofiele proefpersoon een congruente associatie en voor een proefpersoon in de controlegroep een incongruente. Dat verschil is af te lezen aan reactietijden.
De plaatjestest is in opzet vergelijkbaar. Tegen de achtergrond van een foto van een volwassen man of vrouw of van een jongetje of meisje (allen in badkleding) werd een neutraal of seksueel woord getoond. De proefpersonen werd gevraagd de achtergrond te negeren en de woorden zo snel mogelijk te categoriseren.

Het resultaat van de combinatie van de testen was dat op grond van impliciete associaties het onderscheid tussen de pedofiele groep en de controlegroep voor meer dan 90 procent juist was. Binnen de groep pedofiele proefpersonen kon geen onderscheid gemaakt worden tussen de resultaten van de pedofiele en pedoseksuele deelnemers.

Vervolg
Omdat het gevonden resultaat van deze 'combinatietest' sterk is, verwachten de onderzoekers belangstelling voor diagnostisch gebruik ervan. Bijvoorbeeld om de impliciete seksuele associaties vast te stellen van mannen die met kinderen willen gaan werken. Daar zitten wel haken en ogen aan, aldus hoofdonderzoeker dr. Matthijs van Leeuwen: 'Ten eerste gaat het om een resultaat uit één proef onder veertig mannen. Een bemoedigend resultaat, en het aantal is hoog genoeg voor het testen van deze methode, maar het zou onder een grotere groep herhaald moeten worden voor meer zekerheid. Daar komt bij dat een heel hoge zekerheid nog niet betekent dat de test waterdicht is: je kunt een persoon verkeerd indelen. En ten derde: vind je dat je mensen vanwege hun gedachten kunt weren uit bepaalde beroepen? Dat is een ethisch-juridisch aspect waar anderen dan wij zich het hoofd over moeten breken.'

'Daarom is meer onderzoek nodig', aldus tweede onderzoeker prof. dr. Rick van Baaren: 'We willen heel graag samen met andere partijen werken aan vervolgonderzoek en nadenken over de maatschappelijke implicaties van dit onderzoek.'