Morgen zie ik je weer.

7 antwoorden [Laatste bericht]

Een klein 12 jarig levensgenietertje is hij, spontaan en zo vrolijk. Met zijn donkerblonde halflange haartjes, zijn glinsterende donkerbruine donderoogjes en hese stem. Altijd kom ik hem tegen als ik ’s morgens om acht uur naar de supermarkt wandel. Dan stopt hij en maakt even een praatje met me, balancerend op zijn fiets met zijn hand op mijn schouder. Dan begin ik te gloeien en ik verdwijn bijna in mijn fantasie waarin ik hem door zijn zachte haartjes strijk. Vaak hoop ik dat hij zal zeggen;
'Hee Leroy, kom je een keertje langs?'
Maar nee, dat zegt hij niet. Dat zegt hij nooit en dat zal hij misschien nooit gaan zeggen.
Aandachtig luister ik naar zijn hese stem maar verlies mezelf in zijn ogen. Ik begrijp wat hij zegt maar mijn gedachten dwalen. Wat ben je mooi Gino.
'Hee, voorzichtig dabben he, het is misschien glad.' zeg ik tegen hem.
Een big smile. Hij knijpt even in mijn schouder, maar dan laat hij los en fietst verder, in de richting van zijn school. Het lijkt alsof ik zijn hand nog op mijn schouder voel. Ik volg zijn gestalte dat langzaam oplost in de schemerige ochtendmist. Zijn fietsachterlichtje verdwijnt als laatste. De gedachte bekruipt me weer en kan een traan maar net bedwingen, “zal ik je nog terugzien?”
Dag jongen, dag lieve Gino, doe voorzichtig he. Morgen zie ik je weer.

Lieve leroy.... wat mooi beschreven.

Dank je wel voor je lieve berichtje!

Dinsdag 14 februari 2017, vijf voor acht ’s morgens. Ik moet me haastten, maar als ik er niet ben dan wacht hij altijd even. Dat kan hij niet te lang, want hij moet naar school. Schoenen aan, jas aan. Bijna vergeet ik de voordeur af te sluiten. Mijn gedachten zijn bij hem, ik kan het niet loslaten, ik sliep er slecht van.
“Wat zal hij zeggen?” Ik kan aan niets anders denken.
In de verte een fiets. Een jonge dame, die al kennelijk ergens te laat voor is, raast op een draf langs me heen.
“Hij is laat,” denk ik.
Achter me opeens een stem die ik zo goed ken.
‘Hee Leroy, sorry beetje laat!’
‘Je bent er nu toch?’
‘Ja gelukkig.’
Leunend met zijn hand op mijn schouder balanceert hij op zijn fiets.
‘Gino... ik wil je iets laten lezen, maar misschien begrijp je niet wat er instaat.’
‘Wat dan?!’
Het maakt me opeens onzeker en bang. Zal hij begrijpen wat hij leest? Zal hij begrijpen hoe ik me voel?

“Een klein 12 jarig levensgenietertje ben je, spontaan en zo vrolijk. Met je donkerblonde halflange haartjes, je glinsterende donkerbruine donderoogjes en hese stem. Altijd kom je tegen als ik ’s morgens om acht uur naar de supermarkt wandel. Je stopt en maakt even een praatje met me, balancerend op je fiets met je hand op mijn schouder.
Dan begin ik te gloeien en ik verdwijn bijna in mijn fantasie waarin ik je door je zachte haartjes strijk. Vaak hoop ik dat je zal zeggen;
'Hee Leroy, kom je een keertje langs?'
Maar nee, dat zeg je niet. Dat zegt je nooit en dat zal je misschien nooit gaan zeggen.
Aandachtig luister ik naar je hese stem maar verlies mezelf in je ogen. Ik begrijp wat je zegt maar mijn gedachten dwalen, “Wat ben je mooi Gino.”
'Hee, voorzichtig dabben he, het is misschien glad.' zeg ik tegen je.
Een big smile. Je knijpt even in mijn schouder, maar dan laat je los en fietst verder, in de richting van je school. Het lijkt alsof ik je hand nog op mijn schouder voel. Ik volg je gestalte dat langzaam oplost in de schemerige ochtendmist. Je fietsachterlichtje verdwijnt als laatste. De gedachte bekruipt me weer en kan een traan maar net bedwingen, “zal ik je nog terugzien?”
Dag jongen, dag lieve Gino, doe voorzichtig he. Morgen zie ik je weer.”

Zijn ogen bewegen niet meer. Hij heeft het gelezen, maar hij blijft naar het briefje staren.
Dan kijkt hij me aan, lang en ongewoon.
“Gino doe iets, zeg iets,” denk ik.
Hij blijft naar me kijken. Maar dan omhelst hij me, zo stevig, alsof ik hem nooit meer los mag laten.
Maar het voelt alsof ik hem nooit meer terug zal zien.
Bijna valt hij van zijn fiets, maar er kan niks gebeuren.
“Neem me mee,” lijkt zijn stem in gedachten te zeggen, “neem me alsjeblieft mee.”
Ik weet niet of hij dat denkt, maar hij lijkt ‘t te zeggen. In stilte.
Een minuut gaat voorbij.
Hij laat me los en kijkt weer naar het briefje.
‘Wat mooi... dit is zo mooi,’ een traan biggeld over zijn wang, ‘vind je mij zo lief?’
‘Ja Gino, zó lief vind ik je.’
‘Jij ben ook lief,’ fluistert hij langzaam terwijl hij om zich heen kijkt, alsof anderen het konden horen.
Ik lach kort en ietwat nerveus.
We kijken elkaar nog even aan en dan...
Ik krijg een kus, op mijn mond.
Ik schrik maar hij merkt het niet.
Beeld ik ‘t me in of smaakt hij zoet?
Ik veeg zijn tranen van zijn gezicht.
Nog heel even kijken we elkaar aan.
Hij lijkt te zeggen alsof hij het nu allemaal begrijpt. Het nu tot hem doordringt.
Een big smile.
Zijn ogen glinsteren.
‘Ik moet gaan, morgen zie ik je weer,’ zegt hij. Hij klinkt geruststellend.
Hij knijpt even in mijn schouder, zoals hij altijd doet, en laat dan los.
Ik knik maar zeg niks.
Hij lacht zonder geluid.
Ik voel dat ik moet huilen, maar ik laat hem dat niet zien. Nu niet. Straks als ik thuis ben, als ik dit schrijf.
Ik doe mijn boodschappen en loop naar huis.
Ik mis zijn warmte.
Ik weet niet hoe ik me moet voelen, verdrietig of blij.
Er is niet veel gezegd, maar hij was duidelijk ontroert. Zou hij begrepen hebben wat er werkelijk in de brief staat?
Gino, lieve lieve Gino.
Morgen zie ik je weer.

Je schrijft leuk...maar ik kan eigenlijk niet helpen te twijfelen of dit echt is of een mooie droom.

Ik hoop eigenlijk het laatste. Ik begrijp wat verliefdheid met je kan doen. Maar bekijk het ook vanuit zijn ouders. Wat is normaal? Als ik zijn vader was zou ik echt enorm schrikken als ik er achter kwam dat een man dagelijks mijn zoontje opwacht, om hem dan een briefje te geven met verliefd gemijmer en fantasieën over door z'n haar strijken. Niet wat je wil horen, maar als dit echt is lijkt het me beter als je misschien wat meer afstand neemt. Hoe denk je dat dit eindigt?

Ik snap je twijfel heel goed hoor, en ik kan me terdege voorstellen dat je niet zit te springen als een man je zoontje dagelijks zou opwachten. Echter, mijn verhaal is gebaseerd op waar gebeurt. Gino en ik kennen elkaar dus wel, en komen elkaar ook elke morgen tegen, en maken even een praatje. Alleen de verhouding tussen hem en mij is geromantiseerd. En het briefje? Ja, ook dat is waar, maar bevat inhoudelijk een iets andere tekst dan wat ik in het verhaal tot uiting breng. Hij is immers 12. Maak je geen zorgen. De afstand die ik volgens jou, geheel begrijpelijk opgemekt in acht moet nemen, die is er al.

Dan kan je dag helemaal niet meer stuk, Leroy.
En wat prachtig beschreven.

David

Dank je wel, mooi compliment!

Opties reactieweergave

Kies uw favoriete manier om reacties weer te geven en klik op "instellingen opslaan" om uw veranderingen te activeren.