Een wat andere definitie voor pedofilie/pedosexualiteit

2 antwoorden [Laatste bericht]

Vooraf: Ben homosexueel die binnenkort gaat samenwonen met vriend. Tevens ben ik Scholar of Humanities, Gay-Scholar en Scholar of Boyhoodstudies. Werk als onafhankelijk onderzoeker.
Ik wil dit forum een wat andere definitie van pedofilie/pedosexualiteit voorleggen die ik gevonden heb:
Pedofilie is het wanneer (de man; HE/HO of de vrouw die contacten met jongens aangaat bemerking van mij) een meer of minder langdurige vriendschap wil opbouwen met kinderen (Kind = <12 jaar, aanwerking van mij) waarbij sexueel contact ingesloten kan zijn. (Corstjens 1980, blz. 173).
Pedosexualiteit (Pseudo-pedofilie) is het waneer (bij de man) het accent op het sexuele aspect ligt en geen langdurige vriendschap word nagestreefd.
Hier zijn er drie soorten contacten:
a. De egoistische gerichtheid op de ander waarbij het kind wordt gezien als lustobject.
b.Er is wel een bepaalde interactie tussen betrokkenen, maar de oudere kan ook aan relatie met een andere volwassene aangaan.
c. Er is sprake van een erotische gerichtheid op het kind.
Voor b en c geldt dat er enkel sexuele contacten zijn wanneer ket kind ermee instemt.
(Corstjens 1980, blz. 173).

De term pedofilie gaat niet op voor vrouwen die contacten hebben met pubertaire of pre-pubertaire meisjes hebben. Dan hebben we het over resp. parthenofilie en korofilie Evenals bij efebofilie hanteert Hirschfeld hier de leeftijf van 14 jaar voor parthenofile vrouwen. (Hirschfeld 1914, blz 305).
De term "efebofilie" kom je overigens in de gay-scholary literatuur nauwelijk tegen. Wij hebben het normaal gesproken over pederastie.

Met de term Pseudo-pedofilie zoals Corstjens die gebruikt heb ik toch moiete omdat ik hier de definitie van Brongersma volg waarbij de oudere die eigenlijk in volwassenen geinteresserd is, sexuele contacten met kinderen heeft omdat omdat er geen volwassen partners te vinden zijn voor zij situatie.

Corstjens, J
Pedofilie: what´s in a name? Een empirisch onderzoek
Tijdschrift voor Criminologie Vol. 22, Nr. 16, 1980, blz. 273-286

Hirschfeld M
Die Homosexualität des Mannes und des Weibes
Louis Marcus Verlagsbuchhandlung Berlin, 1914

Het valt niet mee, hieruit wijs te worden. Helder is anders. Maar volgens mij is dit (verkorte) citaat de kern.

Adrian schreef:

Pedofilie is het wanneer (...) een meer of minder langdurige vriendschap wil opbouwen met kinderen (...) waarbij sexueel contact ingesloten kan zijn. (...).

En daar kan een heel interessante discussie uit voortvloeien.
Ben je pedofiel als je lichaam je laat weten dat je een kind aantrekkelijk vindt?
Of ben je pedofiel als je die gevoelens in actie omzet of in ieder geval de intentie hebt, tot actie over te gaan? (Dit heb ik naderhand gewijzigd, want vriendschap zoeken is geen seksuele handeling maar wel actie).

De "buitenwereld" (mensen die zelf ontkennen, pedofiel te zijn) zal de laatste betekenis onderschrijven. Sommige leden van dit forum neigen daar ook toe. Ik ga effe geen namen noemen, maar ik zie wel eens een vraag in de trant van "Ik voel... voor kinderen (of plaatjes van kinderen). Ben ik nu pedofiel?" en het antwoord: "Nee hoor, je hebt niets gedaan, dus je bent geen pedofiel."
Het is geruststellend bedoeld, maar dat beperkt het percentage pedofielen op de totale bevolking aanzienlijk. Wie alleen maar voelt, mag zichzelf in slaap sussen met de gedachte dat hij echt geen pedofiel is, hij heeft immers niets gedaan, dus verzwijgen dat hij die gevoelens heeft want daar krijg je toch alleen maar last mee als je ervoor uitkomt. Daarmee zullen enerzijds de weinige pedofielen die er overblijven in de hoek van de patiënten worden weggedrukt om er niet meer uit te komen, en zal anderzijds een onbekende volksstam gevoelig zijn voor de verleiding van de kinderporno.

De door Adrian voorgestelde definitie ligt in dezelfde lijn.
Die ik niet onderschrijf.

De definitie zoals Cortjens die geeft, kende ik zelf ook nog niet
Het is ook de bedoeling dat deze definitie aanleiding tot discussie geeft en wordt opgenomen in een artikel wat ik aan het schrijven ben over Theo Sandfort met de titel "Dr. Teresa Nentwig (Göttingen) vs. Prof.Dr. Theo Sandfort (New York) in the case of 25 Dutch boys and their sexually expressed friendships with men" n.a.v. een artikel over de professor voor sociale pedagogiek Helmut Kentler(1928-2008) wat mijn vriend in Correctiv gevonden had.
Eigenlijk was ik bezig met onderzoek m.b.t. het vroege neolithicum. De aktualiteit gaat in zo´n geval dan voor.
Sandfort citeert Corstjens als volgt: "Corstjens (1975, 1980) found neither a positive nor a negative correlation between a paedosexual experience and the way in which sexuality was experienced in later life". (Sandfort 1982, blz.84).
Corstjens schijnt zich te baseren op zijn eigen doctoraalscriptie uit 1974 die ik echter nergens meer kon vinden, ook niet bij de UB en Afd. klinische psychologie in Nijmegen.

Sandfort, Theo
The sexual Aspect of Paedophile Relations. The experience of twenty-five boys.
PAN/Spartacus, Amsterdam 1982

Opties reactieweergave

Kies uw favoriete manier om reacties weer te geven en klik op "instellingen opslaan" om uw veranderingen te activeren.