Minister Donner in brief: Leraar niet voor de klas na zedendelict

Bron: NRC Handelsblad, 25 februari 2004
Door: Rinskje Koelewijn
2 artikelen:

Minister Donner in brief: Leraar niet voor de klas na zedendelict

AMSTERDAM, 25 FEBR. Het openbaar ministerie moet vaker voor de rechter eisen dat leraren die een zedenmisdrijf hebben begaan, de lesbevoegdheid wordt ontnomen. Dat heeft minister Donner (Justitie) de Onderwijsinspectie laten weten.

Ontneming van de lesbevoegdheid is een sanctie die in de Onderwijswet voorkomt, maar die vrijwel nooit wordt geëist door officieren van justitie. Een rechter legt die strafmaatregel dan meestal ook niet op. Een leraar die een minderjarige misbruikt, kan zijn lesbevoegdheid tijdelijk kwijtraken of een beroepsverbod krijgen, waardoor het vrijwel onmogelijk wordt om nog op een andere school aangenomen te worden.

,,Wij tamboereren al jaren op die mogelijkheid'', zegt D. van Rhee, leidinggevende van de vertrouwensinspecteurs van de Onderwijsinspectie. ,,We hebben het in de vergadering van hoofdofficieren aan de orde gesteld en onder de aandacht gebracht van individuele officieren. De reactie is vaak: 'O, ik wist niet dat dat kon'.''

Jaarlijks krijgt de Onderwijsinspectie 200 klachtmeldingen. Het merendeel betreft seksuele intimidatie. Bij vijftig tot vijfenzeventig meldingen gaat het om een zedenmisdrijf. De helft van die zaken (tussen de dertig en veertig) eindigt in een veroordeling.

Maar een beroepsverbod staat niet op iemands voorhoofd, zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie. ,,Het blijft van belang dat een school de achtergrond van elke nieuwe leraar checkt.'' Scholen zijn verplicht een verklaring omtrent gedrag (VOG) op te vragen, waarbij onder andere gekeken wordt of een kandidaat ooit veroordeeld is.

Vanaf 1 april zal de minister van Justitie zelf de VOG gaan verstrekken, waarbij het ook mogelijk wordt recente of nog lopende strafzaken te onderzoeken. Aanklachten en sepots worden dan ook meegewogen om uit te maken of iemand geschikt is voor de functie.

Pedoseksueel kan al geweerd worden

Het eisen van een verklaring omtrent gedrag kan veel onheil voorkomen bij recidiverende zedendelinquenten. ,,Er kan al veel'', zegt justitie. En binnenkort is er de Wet justitiële gegevens.

AMSTERDAM, 25 FEBR. Dit keer gebeurde het in Hellevoetsluis. Een elfjarig jongetje, Jeffrey, werd verkracht door een 42-jarige man, René G. Een veroordeelde kindermisbruiker die, nadat hij zijn straf had uitgezeten, via de gemeente een Melkertbaan kreeg op de kinderboerderij. Toen hij zich weer aan een kind vergreep, werd hij ontslagen. René G. kreeg toen een baan op een camping, waar hij opnieuw met kinderen werkte.

In een rapport uit 2000 van het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie (WODC) staat het tamelijk droog: ,,Eerder pedoseksueel geweld is de best mogelijke voorspeller van nieuw pedoseksueel geweld.'' Onderzoeker Ed. Leuw van het WODC onderzocht pedoseksuele delicten en delinquenten. De kans dat een kind door een wildvreemde in de bosjes wordt gesleurd en wordt misbruikt is klein. De kans dat een kind door iemand uit zijn 'sociale omgeving' wordt misbruikt, is veel groter. In ruim driekwart van alle seksuele geweldsdelicten die bij justitie bekend zijn, is de dader min of meer een bekende van het kind. Een familievriend, een leraar, de vrijwilliger in de voetbalkantine. En vaak heeft de dader het al eerder gedaan. Niet de brute kindermoordenaar, maar de vriendelijke, vaak homoseksuele pedofiel die geen fysiek geweld gebruikt, maar die het kind net zolang manipuleert tot het seks met hem heeft, is ongeneeslijk en onverbeterlijk, zegt Leuw in het rapport. Deze pedoseksueel (vaak een man van in de dertig) zal keer op keer recidiveren.

Bart den Hartigh, de Rotterdamse officier van Justitie die de zaak van Jeffrey behandelde, klaagde hardop: justitie en politie wisten dat de man in het verleden is veroordeeld, ze wisten ook bijna zeker dat hij het weer zou doen, maar ze kunnen en mogen veel te weinig om het te voorkomen. Die klacht hoor je vaker. Van officieren, van politieagenten en van korpschefs van politie. Ze zeggen: de privacywetgeving is de schuilplaats van het kwaad. En ze zeggen: we moeten veel meer mogen. Bijvoorbeeld de leiding van de kinderboerderij of de camping waarschuwen.

,,Wij krijgen altijd de zwarte piet toegespeeld,'' zegt Ulco van der Pol, plaatsvervangend voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, ,,de privacywetgeving zou politie en justitie in de weg zitten.'' Met verbazing heeft hij de klacht van de officier van justitie aangehoord. ,,Hij had wél wat kunnen doen.'' Er is een speciale aanwijzing toegevoegd aan de wet bescherming persoonsgegevens. Als iemand wordt verdacht van een misdrijf dat de uitoefening van zijn beroep in gevaar brengt, dan kan de officier van justitie de werkgever op de hoogte stellen. In de aanwijzing staat letterlijk om welke werkgevers dat (onder andere) zou kunnen gaan: onderwijsinstellingen, jeugd- en muziekclubs, kinderdagverblijven, zwembaden.

Kamerleden van het CDA en PvdA opperden gisteren ook een oplossing om de recidiverende pedoseksueel te laten stoppen. Alle mensen die met kinderen willen werken, moeten een 'verklaring omtrent gedrag' overleggen aan de werkgever. Ook als ze vrijwilliger zijn. De Kamerleden vonden zelfs dat werkgevers verplicht moeten worden om zo’n verklaring te vragen. En als ze dat niet doen, en een medewerker gaat de fout in, dan moet de werkgever strafrechterlijk worden vervolgd.

Zo'n verklaring omtrent gedrag is niet iets nieuws. Nu al kunnen werkgevers er om vragen en voor sommige werkgevers is het ook al verplicht. Scholen moeten er een vragen aan nieuwe leraren en taxibedrijven aan nieuwe taxichauffeurs. De verklaring is zeker niet bedoeld om zedendelinquenten te ontmaskeren, zegt een woordvoerder van justitie. Als iemand solliciteert als boekhouder en er blijkt na screening dat hij in het verleden fraude heeft gepleegd, dan zal zo'n verklaring omtrent gedrag niet worden afgegeven. Als diezelfde boekhouder een verkeersovertreding heeft begaan, dan zal dat zijn toekomstige functie niet in gevaar brengen, en krijgt hij die verklaring wel.

Nu geeft de burgemeester zo'n verklaring af. De gemeente raadpleegt de basisadministratie en vraagt bij justitie gegevens op over eventuele veroordelingen die van invloed kunnen zijn op het beroep dat de aanvrager gaat uitoefenen. Vanaf april, als de Wet justitiële gegevens ingaat, gaat de minister van justitie de verklaringen afgeven. Een speciale afdeling van justitie zal dan niet alleen kijken naar veroordelingen, maar ook naar aangiften, nog lopende zaken en sepots.

Ton Duif, voorzitter van de Algemene vereniging van Schoolleiders is daar niet zo blij mee. ,,Iemand is pas schuldig als hij is veroordeeld. Het gebeurt regelmatig dat een leerling of een ouder een leraar uit wraak beschuldigt van seksueel misbruik.'' Uit inspectiegegevens blijkt dat er per jaar twee tot drie docenten of schooldirecteuren vals beschuldigd worden en in een 'rehabilitatietraject' terecht komen. Volgens Duif stelt een Verklaring omtrent gedrag niet zoveel voor. ,,Er wordt naar gevraagd bij de eerste baan als leraar. Daarna vraagt er nooit meer iemand naar.''

Dat is niet waar, zegt Dim van Rhee van de onderwijsinspectie. Bij alle klachten over seksueel misbruik die de inspectie onderzoekt, zo'n 200 per jaar, blijkt dat scholen die verklaring wel degelijk hebben. Maar een garantie dat een zedendelinquent niet meer op een school terecht komt, is er dan ook nog niet. Van Rhee: ,,Het grootste probleem zijn wat wij veenbranden noemen. De leraar waar al jaren geruchten over gaan, die steeds op een andere school opduikt, maar die nog nooit voor iets gepakt is.''